De NPO en het ‘integraal mediabeleid’ van Jetten
‘Zonder vrije pers en vrije kunsten geen vrije democratie.’ Zo krijgshaftig begint de paragraaf Media en cultuur in Aan de slag - Bouwen aan een beter Nederland, het regeerakkoord van het nieuwe kabinet-Jetten. ‘We staan pal voor onafhankelijke journalistiek, veiligheid van journalisten en artistieke vrijheid’, zo gaat de paragraaf verder. ‘Er komt een integraal mediabeleid, uitgaande van een pluriform media-aanbod en bestaande uit zowel commerciële spelers als de publieke omroep.’
Wat betekent dit voor ons publieke omroepbestel, het thema van deze tweewekelijkse column? Wordt dat wezenlijk anders, en hopelijk ook wezenlijk beter? Of slaken Jetten c.s. hier slechts ronkende woorden uit de vertrouwde koker ‘papier is geduldig’?
Om te beginnen komt dat ‘integraal mediabeleid’, heel zacht gezegd, een beetje laat. Van ‘een pluriform media-aanbod’ is in Nederland allang geen sprake meer. Alle Nederlandse kranten zijn vanaf 2009 ten prooi gevallen aan een duopolie van twee Vlaamse familiebedrijven - DPG Media, veruit de grootste van de twee, en Mediahuis. Onzichtbaar vermalen in die twee-eenheidsworst zijn met name de regionale kranten. Bij DPG werden zij kopbladen van het landelijke AD, zonder eigen identiteit en inmiddels zelfs zonder redactiekantoren in hun eigen regio’s. Mediahuis aapt DPG altijd in alles na, maar dan een paar jaar later, en is nu ook druk bezig om al zijn regiokranten te doen verdwijnen in één landelijke uitgeverij.
De voorgangers van Jetten c.s. legden deze machtsgreep geen strobreed in de weg. Zij lieten zelfs passeren dat DPG met RTL ook nog de grootste commerciële omroep van Nederland opslokte. In Vlaanderen bezit DPG al 35 jaar lang een commerciële omroep, VTM. Vlaamse mediawetenschappers hebben omstandig aangetoond dat DPG die machtspositie misbruikt om de enige overgebleven concurrent van betekenis, de Vlaamse publieke omroep VRT, het leven zuur te maken. En niet zonder succes. DPG kreeg al voor elkaar dat de Vlaamse regering de VRT dwong om zijn rijke, decennia oude bibliotheek met publieke programma’s deels open te stellen voor ‘het Vlaamse Netflix’ Streamz, een joint venture van DPG en Telenet, het Vlaamse Ziggo.
We kunnen er dus op wachten totdat de Nederlandse publieke omroep eenzelfde lot ten deel valt. Ook Jetten en zijn ministers staan erbij en kijken ernaar, zo lang zij een allang verdampte pluriformiteit blijven zien in het almaar machtiger wordende duopolie.
Los daarvan hebben zij te dealen met een erfenis van het kabinet-Schoof. Dat liet twee voornemens na met betrekking tot de publieke omroep: een bezuiniging van 106 miljoen euro die moet ingaan vanaf 2027, en een herschikking van de huidige elf ledenomroepen tot vier ‘omroephuizen’, plus een vijfde omroephuis voor de beide taakomroepen NOS en NTR.
Het Mexicaanse leger van de NPO
Beide plannen zijn overgenomen door Jetten, al rept Aan de slag met geen woord over de bezuiniging. Maar betekent dat ook dat zij zullen worden uitgevoerd? Voor het antwoord op die vraag duiken we even terug de geschiedenis in.
Toen Nederland nog een ‘verzuilde’ samenleving was, telde ons publieke bestel vijf ledenomroepen: AVRO (conservatief-liberaal, zeg maar VVD), KRO (katholiek, CDA), NCRV (protestants, CDA), VARA (sociaal-democratisch, PvdA) en VPRO (ooit vrijzinnig-protestants, nu meer GL-PvdA). De zuilen verdwenen, maar het aantal ledenomroepen dijde uit. Er volgden diverse pogingen om deze jungle terug te snoeien tot beter beheersbare proporties. Er kwam een koepel, de huidige NPO, om het bestel meer centraal aan te sturen. Daarnaast bleven de omroepen gewoon bestaan. Koepel en omroepen hebben ieder hun eigen directie en raad van toezicht, en ieder hun eigen financiële, juridische, marketing- en HR-afdelingen. Binnen dit Mexicaanse leger - meer officieren dan soldaten - woedt een permanente strijd om de macht, en om de beste plekken in het uitzendschema.
Snoeien in het wandelende bos van officieren leidt tot meer geld, en meer aandacht, voor wat de kern van de publieke omroep zou moeten zijn: de makers van de programma’s die de publieke omroep onderscheiden van de commerciële. ‘Voor mij staat de programmering centraal en niet langer het individueel belang van omroepen’, schreef de toenmalige VVD-staatssecretaris van Media Sander Dekker dertien jaar geleden aan de Tweede Kamer, even krijgshaftig als Jetten c.s. nu. ‘Er komen minder omroeporganisaties (van 21 naar 8), er wordt efficiënter geprogrammeerd en er wordt fors bespaard door efficiencymaatregelen.’
Er kwam een einde aan de kleine, levensbeschouwelijke omroepen, zoals Ikon en de Joodse Omroep, en Sander Dekker wist ook een aantal ledenomroepen te verleiden tot fusies, met extra geld, en meer zendtijd op prime time. Zo ontstonden AVROTROS, BNNVARA en KRO-NCRV. Maar een verdere reductie tot zes ledenomroepen en twee taakomroepen - NOS en NTR - kon hij alleen bereiken door een kunstgreep toe te staan: de ‘samenwerkingsomroep’.
Ledenomroepen die helemaal niet wilden fuseren, lanceerden gezamenlijke stichtingen - Omroep MAX met WNL, PowNed met AVROTROS. Deze stichtingen beheren voortaan hun zendmachtigingen om programma’s uit te zenden via het publieke bestel, maar hebben verder niets om het lijf. Dominique Weesie van PowNed deed niet eens een poging om dat te verhullen. ‘We moesten een vormpje vinden’, zei hij tegen De Telegraaf. ‘Een echte fusie is het dus niet, en dat lijkt me maar goed ook.’
Bovendien bleef het bestel toegankelijk voor nieuwe toetreders. In 2026 omvat het niet zes, niet acht, maar elf ledenomroepen, als je door de ‘vormpjes’ heen kijkt, en de nieuwkomers Omroep Zwart en Ongehoord Nederland wél meetelt. Daar komen nog de twee taakomroepen NOS en NTR bij. Waarom zou het dan nu wel lukken om deze kluwen te reduceren tot vier ‘omroephuizen’?
Programmering ‘centraal’, zoals Dekker wilde? Kwebbelshows vervingen de meeste journalistieke actualiteitenrubrieken, en ook de laatste nog bestaande, EenVandaag, komt steeds meer onder druk te staan. Veel andere programma’s met een uitgesproken publiek karakter, zoals Kassa, Radar en Andere Tijden, moeten budget, redacteuren en zendtijd inleveren, of verdwijnen helemaal van de buis.
Het kabinet-Jetten zegt ‘pal’ te staan voor ‘onafhankelijke journalistiek’ en ‘artistieke vrijheid’. Het publieke bestel zelf ook? AVROTROS beschouwt kunst en cultuur als een gezichtsbepalende ‘kernwaarde’. Maar op Schoofs bezuinigingsplan reageerde deze omroep door twee culturele programma’s te schrappen. Geen politicus had daarom gevraagd. Het waren de bestuurders van AVROTROS zelf die besloten om de bezuiniging zo in te vullen, een jaar voordat die zou ingaan.
De talloze baasjes bij de publieke omroep snijden nooit in eigen vlees. De kans dat Jetten hen daartoe gaat dwingen, is gezien de geschiedenis verwaarloosbaar klein.
Tips over de publieke omroep zijn meer dan welkom, u kunt ze (in vertrouwen) mailen naar kimvankeken@proton.me. Onderzoek doen voor een boek kost veel tijd en geld. U kunt ons helpen door te doneren via deze knop.

