Het hart moet wijken voor een houdbaar bestel
‘Eigenlijk, gewoon dat het wel goedkomt of zo.’
Eowyn had gehoopt dat haar vader dát nog tegen haar kon zeggen. Ze kijkt je recht aan met haar grote bruine ogen als ze vertelt dat haar vader onverwachts was overleden. Ze zag hem voor het laatst in het ziekenhuis, allemaal buisjes in zijn mond, om afscheid te nemen van ‘een levend lijf’. Terwijl ze het verhaal heel rustig vertelt, kneedt kapper Marko haar krullen in model. Hij vraagt haar of het goed komt. ‘Het is even wennen zonder hem, maar het is uiteindelijk wel een soort van goed gekomen.’
Het kinderprogramma Hoofdzaken is een van de weinige televisieprogramma’s waarin geen gepolijste presentatoren, alleswetende ego’s of bekende Nederlanders zijn te zien. Het format is volmaakt simpel. Marko Suds uit Breda is een echte kapper, in tegenstelling tot Özcan Akyol, die in Geknipte Gast beroemdheden coiffeert. In Suds’ kappersstoel zitten kinderen die tijdens het knippen verhalen vertellen: geestig, ontroerend en rauw.
Hoofdzaken raakt geregeld de harten van mensen, het stemt tot nadenken. Toch gaat dit programma van de VPRO verdwijnen. Het is een van de tientallen programma’s die sneuvelen bij de publieke omroep, in reactie op een bezuiniging door het kabinet. Het bloedbad werd zorgvuldig uitgesmeerd via persberichten, waarin omroepen het einde aankondigden van iconische programma’s zoals Kassa (BNNVARA), Het mooiste meisje van de klas (AVROTROS), De rijdende rechter (Omroep MAX) of Zomergasten (VPRO).
Met dit slechte nieuws zetten de omroepen alvast de toon voor een Kamerdebat over het publieke bestel, en over de aangekondigde structurele korting van 160 miljoen euro per jaar op het omroepbudget. Het debat stond op de rol voor 8 december, maar werd door ziekte van toenmalig Mediaminister Gouke Moes (BBB) verplaatst naar 26 januari. Eigenlijk hadden de omroepen hun kruit tegen de bezuiniging toen al verschoten.
Toch scharrelden zij her en der nieuwe munitie bijeen om hun campagne nog een dikke maand voort te zetten. Zo meldde de NOS in het AD dat de Winterspelen zouden worden verslagen zonder studio op locatie. In diezelfde krant kondigde AVROTROS aan na twintig jaar te stoppen met de RadioRing, de enige publieksprijs voor Nederlandse radiomakers en hun programma’s. Dat besluit zou los van het Kamerdebat later die maand zijn genomen, bezweert een AVROTROS-woordvoerder op vragen van Het gaat nooit om de kijker.
Hoe het ook zij, een Kamermeerderheid besloot de geplande budgetkorting met 50 miljoen euro te verminderen, en het nieuwe kabinet-Jetten ging daarin mee. ‘In Hilversum heerst nu de hoop dat programma’s waarvan het einde al was aangekondigd, zoals Kassa, toch door kunnen gaan’, schreef de Volkskrant.
Byzantijnse besluitvorming
Wat kan de kijker concreet verwachten? We vroegen het de omroepen. Spoiler alert: het lijkt er niet op dat zij gaan terugkomen op hun aangekondigde besluiten om programma’s op te heffen. De oorzaak: tezamen met de byzantijnse besluitvorming binnen het publieke bestel vormen de bezuinigingen een complex kaartenhuis. Als daar één kaart uitvalt, stort het hele bouwwerk in elkaar.
De hand over het hart van Kamer en kabinet laat onverlet dat er vanaf 2027 structureel 110 miljoen afgaat van de één miljard euro die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dit jaar overmaakt naar de publieke omroep. Om die korting in te vullen, heeft de koepelorganisatie NPO een zogeheten roadmap opgesteld, samen met de omroepen. In stapjes werken zij naar de megabezuiniging toe. Het schrappen van programma’s, slim in de media gebracht om de Tweede Kamer te bespelen, is slechts één zo’n stapje. Momenteel begint naar buiten te druppelen wat de bezuiniging inhoudt voor het personeel: 35 banen weg bij KRO-NCRV, dertien banen en een directielid weg bij AVROTROS. Alle omroepen zullen tientallen mensen moeten laten gaan, óók de NPO-koepel zelf.
Nog een stap is de specialisering van omroepen. Die is al genomen, maar nog nauwelijks zichtbaar voor het grote publiek. Omroepen gaan straks niet meer programma’s maken in alle genres, zoals ze nu doen; zij moeten een paar genres laten vallen. De EO maakte al bekend geen fictie meer te zullen maken, zoals de dramaserie De Joodse Raad, en documentaires als Mijn grote broer (over de onverwachte zelfdoding van de 22-jarige Gijs). Onduidelijk is vooralsnog welke keuzes de andere omroepen gaan maken of al hebben gemaakt.
Maar duidelijk is wel dat de beëindiging van programma’s onderdeel is van een strategie. De NPO voert de regie, maar de omroepen hebben die strategie zelf mee helpen uitstippelen. Dat is geen sinecure, met dertien taak- en ledenomroepen en een koepelorganisatie, die allemaal een ander belang hebben. Wát de strategie zou worden, is ellenlang besproken in allerlei sessies.
De NPO, die de budgetten verdeelt, deed in het najaar een voorzet voor programma’s die in 2027 zouden kunnen verdwijnen. Omroepen konden daar weer op reageren. Omroep MAX kwam in het geweer tegen het schrappen van hun praatprogramma Tijd voor MAX, dat nu nog vijf dagen per week is te zien. De omroep bood aan eigen verenigingsgeld in het programma te steken. ‘Zo hebben we de schade kunnen beperken’, aldus een woordvoerder, ‘waardoor het programma vanaf 2027 toch nog vier middagen per week te zien zal zijn.’
IJzersterk’, ‘belangrijk’ of ‘betekenisvol’
De koepelorganisatie NPO beheert het schema dat bepaalt of een programma wordt uitgezonden en op welk tijdstip. Omroepen krijgen geld voor programma’s die in dat schema staan. De ledenomroepen hebben ook zelf geld, bijeengebracht door de leden, die zij steken in nieuwe en bestaande programma’s die zij belangrijk vinden. Juist nu er een grote bezuiniging aankomt, zien de meeste omroepen er vanaf eigen vermogen te investeren in het redden van titels die zij in de persberichten nog bezongen als ‘ijzersterk’, ‘belangrijk’ of ‘betekenisvol’. Zelfs een kleine ledenomroep als de VPRO heeft een buffer van 11,9 miljoen euro. Maar, zegt een VPRO-woordvoerder, ‘interen op je eigen vermogen om je structurele bedrijfsvoering te financieren, waaronder het maken van programma’s, is bedrijfsmatig onverstandig’.
BNNVARA heeft een eigen vermogen van 40,8 miljoen euro, een extreem hoge 61 procent van het totaal aan schulden en bezittingen van deze grotere omroep – zo rond de 40 procent geldt al als financieel gezond. Toch zegt ook BNNVARA dat het inzetten van het eigen vermogen ‘geen duurzame oplossing is voor een structurele bezuinigingsopgave van deze omvang’. Zo’n inzet zou het eigen vermogen te snel uitputten, aldus de woordvoerder, en ten koste gaan van de ruimte ‘om te investeren in nieuwe initiatieven en innovatie’. Hij wijst er ook op dat omroepen niet al hun eigen vermogen vrij kunnen besteden. ‘De keuzes die nu gemaakt worden zijn er juist op gericht om te komen tot een toekomstig en structureel houdbaar bestel.’
Het is het antwoord dat we ook van de meeste omroepen (AVROTROS met een eigen vermogen van 37,5 miljoen euro, KRO-NCRV: 57,4 miljoen euro) krijgen. Kennelijk kan zo’n bestel zonder al die gecancelde ‘ijzersterke’ en ‘betekenisvolle’ programma’s. Voor zover tot dusver bekend is alleen omroep MAX (eigen vermogen: 5,5 miljoen euro) van plan om zo’n besluit terug te draaien. ‘We hopen Carrie op Vrijdag alsnog te kunnen behouden, maar daar is nog geen beslissing over genomen.’ Maar Hoofdzaken zal vanaf volgend jaar geen harten meer kunnen raken.
Tips over de publieke omroep zijn meer dan welkom, u kunt ze (in vertrouwen) mailen naar kimvankeken@proton.me. Onderzoek doen voor een boek kost veel tijd en geld. U kunt ons helpen door te doneren via deze knop.

